Meditatie

Wie is het waard?

Het Heilig Avondmaal. Als gemeente van Christus wordt u uitgenodigd om aan te schuiven. Om het lichaam en bloed van Christus te eten en te drinken tot versterking van het geloof. Om gemeenschap met Hem en met elkaar te hebben. Het is dan altijd goed om dat avondmaalsformulier te lezen. Op een enkel punt wil ik wijzen. De eerste zin van de zelfbeproeving is: ‘Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient.’

Ja, wie is het waard om zó innig met God en Zijn Christus verbonden te zijn? Een heel aantal teksten in de Bijbel kan een idee geven van hoe we in éérste instantie zouden moeten reageren.

In Jesaja 6 bijvoorbeeld wordt Jesaja geconfronteerd met de heiligheid van God: ‘heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten’ (v. 3). Jesaja roept het dan ook verschrikt uit: ‘Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen’ (v. 5). Jesaja besefte dat hij een onbevoegde was in het majesteitelijke paleis van de verheven Koning.

Of denk aan Mozes toen hij de brandende braamstruik zag. Hij kreeg, toen hij wat dichterbij ging kijken, het bevel van de Engel des HEEREN om zijn sandalen uit te doen: u staat op heilige grond!

Of denk aan Elia toen Hij de verschijning van de HEERE mocht zien (1 Kon. 19:9-18). Toen God in het suizen van een zachte stilte voorbij kwam, trok hij een mantel over zich heen. Zijn gezicht moest bedekt zijn, voordat hij uit de grot kroop om te luisteren naar wat de HEERE te vertellen had.

Of denk aan de bekende Psalm 51: ‘Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid’ (v.3). Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen’ (v.7).

Als je dit op je laat inwerken, kun je toch niet anders dan met de tollenaar uitroepen: O God, wees mij zondaar genadig! Wie is het waard tot U, de Allerhoogste te naderen? Wie is het waard U Vader te noemen? Niemand toch?

En toch, ja toch is Hij uw God en Vader. Is dat niet rijk? Het is zelfs zo, dat Hij op een hele vertrouwelijke manier met ons wil omgaan. In de meest simpele dingen zelfs. De boterham in de ochtend, de wandeling in de middag en het goede gesprek in de avond. Overal is Hij nabij Zijn gunstgenoten. Hij is nabij, hen waar Zijn vrees in woont.

Waarom? Hoe is het mogelijk dat zulke kleine mensjes, vreselijke zondaren, zó intiem mogen spreken met hun Verbondsgod? Hoe is het mogelijk dat de brandende braamstruik níet verteerd werd? Dat Jesaja inderdaad niet verging toen Hij Gods majesteit zag waar zelfs engelen zich voor moeten verbergen? Dat David na zijn zonde met Bathseba niet voor eeuwig verdoemd was? Dat hij tóch die Psalm kon dichten en vergeving kréég?

Dat geheim ligt in Christus Jezus. Aan Zíjn tafel wordt u gevoed. Aan Zíjn tafel ziet, voelt en proeft U hoe goed God is voor u en voor jou. Het formulier gaat namelijk verder: ‘verder dient ieder zichzelf te onderzoeken, of hij Gods vaste beloften gelooft, dat al zijn zonden hem vergeven zijn alleen om het lijden en sterven van Christus en dat de gerechtigheid van Christus hem zo volkomen toegerekend en geschonken is, alsof hij in eigen persoon voor al zijn zonden betaald en alle gerechtigheid volbracht had.’ Ja die vertrouwelijke omgang is alleen mogelijk, omdat God Zijn eigen Zoon ziet wanneer Hij naar u en jou kijkt. Hij ziet Zijn eigen lieve Zoon en ziet dan perfectie.

Wie is het waard om God Zijn Vader te noemen? Van nature is niemand het waard. En toch wil God in Zijn goedheid dat geven aan Wie Hij wil. Daarom zullen we met mond en hart de lof van de Here verkondigen van nu aan tot in eeuwigheid!