Burgers van twee koninkrijken
Wij zijn in Nederland burgers van het koninkrijk der Nederlanden. Als christen zijn we tegelijkertijd burgers van het Koninkrijk der hemelen. We leven in een tijd dat er steeds meer spanning komt tussen die twee. Ik hoef maar te wijzen op het verschil tussen Bijbelse normen en zogenoemde burgerschapsdoelen van de overheid als het gaat om gender, huwelijk en seksualiteit, het recht van het ongeboren en het voltooide leven, en of je eigenlijk nog wel mag zeggen dat het christendom het enige ware geloof is.
Het moeilijke hiervan is niet zozeer om er een Bijbels standpunt op na te houden. Dat mogen we allemaal nog, en als kerken zijn we al tientallen jaren gewend aan een overheid die niet meer christelijk is. Het moeilijke is veel meer wat we doen als het erop aan komt. Als we moeten kiezen tussen het aardse en het hemelse koninkrijk.
In de vorige twee nummers van het kerkblad schreef ik over antisemitisme en over wat wij zouden doen als wij in de Tweede Wereldoorlog hadden geleefd. Ook over antisemitisme kun je een standpunt hebben. Dat is niet moeilijk. Maar dat heeft nog niets te maken met daadwerkelijk opkomen voor Joden in je nabije omgeving, eventueel met gevaar voor eigen reputatie of zelfs eigen leven.
Dat raakt ook onze verhouding tot de overheid. Je kunt je heel erg bezighouden met wat de overheid doet ten aanzien van Israël. Steunt de Nederlandse staat Israël wel voldoende, of misschien wel teveel? Het kan ervoor zorgen dat je je blindstaart op de overheid. Dat kan grofweg op twee manieren: kritisch tegenover de overheid of juist vertrouwend in de overheid.
Beide manieren zijn vaak een dekmantel om je eigen gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef te verbergen. Je kunt blind kritisch zijn op de overheid als je ziet dat het niet goed gaat in Nederland, als je merkt dat het er niet veiliger op wordt en je zelf steeds minder welvarend wordt. ‘Laat de overheid dat eerst maar eens oplossen’, zeg je dan. Elke keer zeggen de politici het zelf ook als het verkiezingstijd is. Maar wat doe je zelf?
Ik ben bang dat het de houding van veel Nederlanders is, en misschien zit het dichter bij onszelf dan we denken. En juist daarom ligt het gevaar op de loer om naar de andere kant om te slaan. Dat gevaar is dat we blind vertrouwen in de overheid. Dat gebeurt als je niet meer weet hoe je zelf je verantwoordelijkheid moet nemen. Als er dan noodsituaties komen, zul je je lot gemakkelijk in de handen van een overheid leggen als die overheid belooft het voor je op te lossen.
In de afgelopen weken kregen we van de overheid een brochure ‘Bereid je voor op een noodsituatie’. Ik moet u eerlijk zeggen dat ik daar met zeer gemengde gevoelens naar kijk. Met het idee op zichzelf is niets mis. Sterker nog, het wijst ons op onze eigen verantwoordelijkheid om voorbereid te zijn. Maar het kader waarin het gebeurt, stelt me juist niet gerust. Mijn vermoeden is dat het bij grote delen van de bevolking inspeelt op gevoelens van angst en die eerder groter maakt dan kleiner. Er worden geen concrete dreigingen genoemd, maar alleen een breed scala aan dreigende dreigingen.
Maar waar gaat het nou echt om voor een christen in deze tijd? De geschiedenis van de christenvervolgingen leert dat de aanleiding om christenen te vervolgen vaak lag in de behoefte van een overheid om spanningen onder de bevolking te voorkomen en zo de eenheid van de samenleving te bewaren. Christenen werden vaak als oorzaak van spanningen gezien. Wij hebben een overheid die steeds opnieuw de neiging laat zien om de vrijheid van godsdienst en onderwijs aan banden te leggen. Tot nu toe nog zonder resultaat, maar de pogingen worden steeds intensiever. Hoe sterker de polarisatie oploopt, hoe sterker de neiging om de samenleving te verenigen onder een overheid die niet alleen gehoorzaamheid, maar ook vertrouwen opeist.
Bereid je dus maar voor op een noodsituatie. Maar dan ook op de situatie waarin het veel meer geld en tijd gaat kosten om een betrouwbare christelijke school voor je kind te vinden. Of waarin het persoonlijke consequenties gaat krijgen als je nee zegt tegen een eis van de overheid om je kind te leren hoe je een goed burger bent. Dat vraagt vandaag om te beginnen met het nemen van de verantwoordelijkheid die God ons geeft voor de kinderen die Hij ons heeft toevertrouwd.
LH